Gisteren herdachten wij de dood van onze Dirk precies 2 jaar geleden, en vandaag las ik dat -óók gisteren- hond Broertje is overleden.
Broertje is de hond van Mied, een oud collega en goede bekende. Dirk en Broertje hebben elkaar een paar keer ontmoet toen wij nog in Amersfoort woonden en we ze tegenkwamen in het stadspark. Dan snuffelden ze uitgebreid aan elkaar, om daarna te besluiten dat het in orde was en dan ging Dirk heel snel pirouettes draaien en Broertje uitdagen. Het was een mooi schouwspel, wat het spelen van Dirk met andere honden altijd was. Net zoals het ook nu met Freek weer is, en ik weet zeker dat ook Broertje zo uitbundig heeft gespeeld.
Mied schreef een bericht over de dood van Broertje. Zij schreef daarbij dat ze niet zal reageren omdat er teveel verdriet is. Dat begrijp en herken ik helemaal. Natuurlijk begrijp en herken ik dat, met heel mijn hart! Uiteraard reageren mensen, en wensen ze haar sterkte enzo. Een van de reacties op haar bericht was heel treffend vond ik:
“Jouw hondenmoeder hart is gebroken”.
Het is fijn en helpend als iemand dat zichtbaar begrijpt. Want teveel mensen worstelen niet alleen met de pijn als een dier sterft, maar ook met het feit dat je niet echt openlijk ‘mag’ rouwen om je dier.
Rare hierarchie
Journalist Antoinnette Scheulderman schrijft:
Het lijkt me verschrikkelijk als je man overlijdt. Of een van je ouders, een broer of zus, een dierbare vriend. Laat staan een kind. Maar voor mij was het verschrikkelijk dat mijn hond doodging. Alleen: dat mag van veel mensen niet. Steeds weer die hiërarchie in rouw – wie er wel écht recht heeft op verdriet en wie een stuk minder.
In het artikel van Antoinnette Scheulderman las ik ook deze uitspraak, van een psycholoog:
Uit onderzoek blijkt dat 80 procent van de mensen hun huisdier ziet als volwaardig lid van het gezin. Dan is het wel heel vreemd dat je je verdriet moet wegpoetsen zodra dat dier overlijdt. ‘Misschien ben ik een beetje raar’, hoor ik vaak van patiënten in mijn praktijk. ‘Je moest eens weten’, antwoord ik dan.
Het zou juist raar zijn om níét te rouwen om een dier dat zo lang in je leven was.’
Ook dit is helpend, en vooral dat het komt van een psycholoog. Overigens zou het voor mij niet eens uitmaken hoe lang een dier in je leven is. Als Freek nu zou overlijden, zouden wij weer in duizend stukjes breken. We zijn veel te intensief met hem bezig en veel te dol op hem om daar niet opnieuw door te worden overspoeld.
Als je er trouwens zo kapot aan gaat dat de pijn niet verzacht maar zich vastbijt in je leven en je nooit meer helemaal goed functioneert (ook dat blijkt te gebeuren en ik snap het), dan zou je misschien beter kunnen overwegen om niet meer op die manier je moederhart te openen…
Maar als je beseft dat je je kind op een gegeven moment zult moeten begraven, en dat dat vreselijk veel pijn doet, dat die pijn altijd ergens diep van binnen een beetje voelbaar blijft, maar dat ie ook weer zal verzachten dan is het dieren-moederschap de pijn meer dan waard. Je ziel wordt op een andere manier gekneed en aangeraakt als een dier zo’n royale plek in je leven en je hart heeft en jouw kind mag zijn.
En dat is onbeschrijfelijk rijk en kostbaar.
Niet alleen vrouwen die gebaard hebben bezitten een moederhart en niet alleen bij mannen die ‘geproduceerd’ hebben, klopt een vaderhart. Er zijn veel meer vormen van je vader of moeder voelen.
By the way
Je hond beschermen als een kind, betekent (wat ons betreft) niet dat je hem aankleedt als een kind, of andere typische dingen doet die je bij een kind doet en die niet nodig zijn bij een hond. Ik heb letterlijk eens een hond met een luier aan gezien, omdat diegene dat zo schattig vond. En het was makkelijker, want minder uitlaten. Bizar. Dan gaat het niet meer om het welzijn van je dier, maar om jouw sentimenten en gemakzuchtigheid.
Maar dat hij in je hart zit als een kind, je als een moeder voor hem gaat staan als zijn belang in het gedrang komt, en dat je alles opzij wil zetten voor zijn gezondheid en welzijn is voor ons volkomen normaal.
Oubollig
Of je wel of geen een (dieren) vaderhart of -moederhart hebt en dus recht hebt op de emoties kent die bij dat ‘ouder gevoel’ horen, dat is aan de dierenvader- of moeder zelf, en niet aan jouw oordeel of levensmotto’s. Bij ons zal in elk geval niemand in staat zijn dat dieren-ouderhart van ons weg te nemen of af te zwakken. Het is iets dat wij sterk koesteren, als een waardevol onderdeel van het leven zien en dus stevig beschermen.
De grap van Youp van ‘t Hek over een cavia die een beterschapskaart kreeg, werd in het Parool omschreven als volgt (ongeveer): grappen maken om rouw bij dieren is inmiddels ook een plaat die grijsgedraaid is.
Wij hebben het niet als grap over rouwen gezien (da’s nog wel even iets anders dan een cavia een beterschapskaart sturen, wat trouwens super lief is) maar wij zagen het als gewoon, een grapje.
Iedereen die sarcastische grappen maakt over rouw om dieren (terwijl men dat waarschijnlijk niet zal doen over rouw om mensen), is niet alleen een ongelofelijke lul maar ook giga oubollig. Want het is allang achterhaald dat dieren een ondergeschoven positie moeten hebben, dat je een zacht ei bent als je intens veel geeft om je dier, en het is steeds duidelijker aan het worden welk belang wij mensen hebben bij het liefdevol samenleven met dieren. Betere gezondheid is -zowel fysiek als mentaal- (steeds weer aangetoond met onderzoek) een groot voordeel van leven met dieren.
Vlees eten wordt meer en meer gezien als onnodig en zelfs beschadigend. Niet alleen voor het dierenwelzijn, ook voor het milieu. Bovendien wordt de beschaving van de mens steeds meer afgemeten aan hoe diervriendelijk hij is.
Kortom: ALS van ‘t Hek al de intentie had sarcastisch te zijn over mensen die om dieren rouwen (hij heeft ons daarmee in elk geval niet geraakt) dan is hij, zoals het Parool al schreef, achterhaald en niet vernieuwend. Maar dat laatste was natuurlijk ook al duidelijk want hij stopt er niet voor niks mee. Wij hebben intussen trouwens wel genoten van zijn conference. Dat terzijde.
Gewoon een nieuwe…
Mensen die een hond (of ander huisdier!) verliezen, zijn meestal diep in de rouw. En of jij wel of niet iets hebt met dieren, zou er dan niet toe moeten doen. Mogelijk -en hopelijk- bezit je genoeg inlevings-vermogen en compassie om die ander te steunen bij zijn of haar verlies.
Is dat niet het geval, zorg er dan alsjeblieft in elk geval voor dat die ander geen last hoeft te hebben van jouw onvermogen. De opmerking die Antoinnette Scheulderman wel eens naar haar hoofd geslingerd kreeg (en die de titel werd van haar boek) was: “Dan neem je toch gewoon een nieuwe?”.
Oh ja: een ‘nieuwe nemen’ kan heel troostrijk en helpend zijn, hebben wij gemerkt. Maar dat zeg je toch ook niet tegen iemand die een kind verloren heeft? Ook al is het technisch waarschijnlijk mogelijk een nieuw kind te krijgen.
Als je het niet liefdevoller kan verwoorden, hou dan alsjeblieft je teksten voor je. Wij ‘namen geen nieuwe’, maar wij overwogen (na de ergste pijn) om die prachtige flow met Dirk te willen voortzetten. En dat deden we, met Freek. En dat was niet gewoon een nieuwe nemen, dat vroeg behoorlijk wat moeite, nadenken en afwegen.
En ja dan heb je een nieuwe en ben je dolgelukkig, maar tegelijkertijd heb je ook weer extra pijn, want je herkent zoveel. Pijn die het allemaal waard is, dat zeker.
Compassie
Als er niet die lelijke, platte hiërarchie was in rouwen, dan zou het makkelijker zijn. Als je dan iemand wil steunen die rouwt om een dier, maar jij zelf hebt niks met dieren, dan hoef jij je alleen maar even voor te stellen dat je vader of moeder er ineens niet meer is. Of terug te gaan naar het moment dat jij om hen rouwde.
Als je jouw eigen oordelen en jouw eventuele niets-hebben-met-dieren even parkeert en niet zo belangrijk vindt, is het helemaal niet moeilijk om er liefdevol te zijn voor een ander die een dier verloren heeft.
Lees maar in het artikel waar ik gisteren een link voor plaatste en die ik bij deze herhaal.
Ga jij degene zijn die in staat is om iemand die rouwt om een dier de arm om de schouder te leggen? Dan maak je de wereld een stukje zachter en mooier. Namens Dejan – en ik weet zeker heel veel andere beestenvaders en -moeders: dank je wel daarvoor.
Kiki