Een heeeeuuuuul lange bijpraat

Zo, ben ik weer.

Dat was even enorm zweten, met dat 50-jaar-de Plak-magazine. En niet alleen voor ons, ook voor Ruben (van de Plak, initiatiefnemer van het magazine die ons erbij vroeg als vormgevers en tekst-redactie-hulp). We hebben echt moeten haasten en toch geprobeerd met z’n drieën om zoveel mogelijk fouten er nog uit te halen en het zo mooi mogelijk te maken.

De gouden letters op de voorkant hebben we laten varen, want later bleek dat we dan de deadline nog eerder voor onze snufferds kregen dan we al hadden. Dat was wel een beetje een communicatie-slordigheid van Luxor, de drukker (waar wij altijd mee samenwerken). Maar het is en blijft mensenwerk, vergissen kan en Luxor blijft ook gewoon een heel fijne familiedrukkerij. Uiteindelijk bleek het alternatief voor de voorkant eigenlijk nog beter uit te pakken dan met de gouden letters.

Het is geen glossy geworden maar een ‘matty’. Gaandeweg de afgelopen maanden realiseerden we ons met z’n drieën dat het niet gelikt, glanzend en elegant moest worden maar juist mat, eigenwijs en stoer. Op kringloop papier. En het moest ‘t midden hebben tussen een magazine, krant en schrift. Een heel eigen stijl die past bij de eigenzinnigheid van de Plak. Op de proefdruk konden we al zien dat dat goed uitpakt. Ruben kon niet wachten en is al even langsgegaan bij de drukker, om te zien of ze al een paar van de definitieve, gedrukte exemplaren hadden liggen (het worden er duizend, een ‘collectors item’). Er lagen inderdaad al een aantal magazines klaar en Ruben appte ons een heel uitbundig berichtje, dat hij ongelofelijk happy is met wat hij zag. Opnieuw opluchting.

Toen we de allerlaatste details deden, Dejan alles druk- en snijklaar had gemaakt en op de knop ‘verzenden’ drukte, hebben we even staan juichen met elkaar, zo opgelucht dat we de deadline gehaald hadden. Ruben heeft echt nachten zitten doorwerken ook en toch nog scherp blijven en fouten eruit pikken. Het was een superfijne, intensieve samenwerking.

De dag nadat we het magazine naar de drukker hebben gestuurd, zijn we bij de Plak bij elkaar gekomen om even met elkaar te proosten dat het werk erop zat. En maandag a.s. gaan we weer eten daar, om het met ons drieën te vieren. De dag erna (dinsdag a.s.) wordt het magazine gepresenteerd in de Plak met veel genodigden, taart en het magazine dat uitgedeeld wordt. Daar zijn wij natuurlijk ook bij, we zijn super benieuwd hoe het ontvangen wordt. En volgende week zaterdag is er een 50-jaar-Plak-festival in het Openlucht theater in het Goffertpark. Dat was al heel erg snel uitverkocht maar Ruben heeft ons meteen in het begin al op de gastenlijst gezet dus wij kunnen daar ook naartoe, leuk! We gaan ‘s middags en hebben er zin in.

Het was een eer om dit magazine met en voor hem en de Plak te maken. En ook spannend, want het magazine is een belangrijk jubileum onderdeel voor Ruben. Er hebben veel mensen aan bijgedragen: interviews, tekstbijdragen, veel (mooi gemaakte) advertenties, enz. Voor ons lag de druk daarom ook wel wat hoger dan als we een eigen boekje maken, waar we helemaal zelf controle over hebben (en waar wij er bij evt. fouten, ook alleen zelf last van hebben). Maar Ruben die nu al zo gelukkig is met wat hij bij de drukker zag, maakt ons heel blij.

En verder

Werken wij nu gewoon weer door aan andere klussen, waaronder een nieuw boekje en ook weer een nieuwe editie van Blaadje, ons kleine digi-magazine. We hebben input gevraagd van lezers -de vraag wat voor hen de zomer nou echt de zomer maakt- en heel erg leuke, grappige en inspirerende reacties gekregen. Fijn om weer ruimte te hebben voor al die eigen bedenksels.

We genieten intussen van de goede dingen van ‘t leven, mijn lief en ik. Van ons heerlijk opgeknapte dakterras (foto helemaal bovenaan: de grasplanten trekken weer bij en worden steeds groener), we worden blij door de terugkeer van spectaculaire avond-zonnen-feestjes (foto 1. En door de regendruppels op ons woonkamerraam heen is het extra speciaal – foto 3. Er was trouwens vorige week een dubbele regenboog, foto 2).

We worden ook blij van veel fijns doen, van onze Freek die elke dag bergen lieve, guitige energie brengt. En we genieten van warme ontmoetingen met anderen, van de stad in de zon, het Goffertpark in bloei (hieronder). Er is eigenlijk gewoon teveel om tijd te hebben voor bloggen. Maar vanmiddag was die tijd er weer even wel, joe!

Over het Goffertpark gesproken: daar zijn wel wat zorgen over. Er komt namelijk deze zomer voor (minstens) 2 jaar een daklozenopvang in een verscholen hoekje van het Goffertpark. Dat is voor de mensen met de pittige problematiek zoals verslaving. Zij moeten weg uit de binnenstad omdat de druk daar veel te hoog is geworden door de overlast die deze mensen daar brengen. En men heeft bedacht dat dan een rustige, prikkelarme omgeving zoals het Goffertpark beter zou kunnen zijn. Met 24 uurs begeleiding en bewaking.

Op zich kunnen we de gedachtegang wel volgen. Die mensen hebben ergens een plek nodig en wie weet, doet een rustiger omgeving hen goed. Maar wij hebben ook grote zorgen. Ze krijgen allemaal een eigen container om in te wonen, superfijn voor ze. Maar wat als dat vrienden aantrekt, die dan van de bewaking ‘s nachts niet mogen blijven en weggestuurd worden? Gaan die dan in onze wijk(en) rondzwerven? Gaat er drugsafval in het park komen?

Het park is de ‘groene long’ van de stad. Een plek waar heel veel mensen bij mooi weer dagelijks buiten leven. Zeker ook veel mensen die geen tuin (of zoals wij een groot dakterras) hebben maar piepkleine balkonnetjes. Die het park benutten als hun buitenruimte en daar heel veel plezier aan hebben. In het park wandelen en spelen veel hondjes en ook veel kinderen.

Deze voor veel inwoners belangrijke ‘gezamenlijke achtertuin’ ga je nu aan het risico onderwerpen dat het er in hoog tempo verpaupert en ook hier en daar onveilig en ongezond wordt. Misschien ook niet hoor, we moeten het natuurlijk afwachten.
Maar wij hebben wel zorgen. En waar we boos over zijn, is dat de gemeente niets heeft gedaan om hierover in gesprek te gaan. We hebben het niet eens over inspraak, maar gewoon: je zorgen kunnen uiten en reactie krijgen daarop. ‘Wat doen jullie daar en daar aan? En hoe worden problemen aangepakt als ze optreden?’.

Niks van dat alles. Alleen de direct omwonenden (o.a.) aan de Muntweg hebben een brief gekregen van het voldongen feit en dat ook pas een dag voordat de bouw van het ‘container dorp’ begon. En wij hebben niet eens een brief gehad. Dejan en ik besloten een klacht in te dienen bij de gemeente over deze beroerde manier van communiceren. Of beter: het gebrek aan communicatie.

Wat ik daarbij heel onverstandig vind: door niet in gesprek te gaan en niet zorgzaam te zijn voor inwoners (maar juist slordig, laconiek, waardoor mensen dit veel te laat of via de krant moeten ontdekken) verspeel je de oh zo belangrijke draagkracht. En die heb je niet alleen nodig om gedoe te voorkomen maar ook om samen de schouders eronder te zetten en er het beste van te maken. Voor alle betrokkenen. Maar die gezamenlijke draagkracht creëren ze nu niet. Veel mensen voelen zich geschokt en totaal overvallen. Door de beleidsmakers op het stadhuis voor het blok gezet, zonder enige vorm van bewustzijn van de mogelijke zorgen die we als Goffert-inwoners hebben (we hebben meer mensen in de wijk gesproken die in de huizen en straten achter ons wonen en ook zo geschrokken zijn).

Deze zorgen en problemen hebben wij niet (of in elk geval stukken minder) met andere soorten opvang. Van vluchtelingen kun je vooraf helemaal niet weten of ze voor overlast zorgen en dus is het veel beter te doen om dat eerst gewoon af te wachten. Er was hier in de omgeving ook een opvang en we hebben daar maar bij een meneer iets van gemerkt. Dat was een meneer die soms schreeuwend hier door de wijk liep, die was dan urenlang -ook ‘s nachts- aan de telefoon en helemaal overstuur aan ‘t schreeuwen. Hij maakte een getraumatiseerde indruk ook, alsof hij de weg kwijt was. We konden hem niet benaderen.
We hebben toen contact gezocht met vluchtelingenwerk, onze zorgen om de situatie van die meneer -en ook de overlast van zijn geschreeuw- omschreven en daar werd super fijn op gereageerd. We kregen een telefoonnummer van de opvanglocatie en daar kon ik vanaf dat moment steeds naar sms-sen als die meneer weer liep te schreeuwen. Dan kwamen medewerkers op de fiets hem ophalen en terug begeleiden naar de opvang. Ik hoefde alleen maar ‘de meneer schreeuwt hier weer’ te typen en ze reageerden: ‘we gaan er naartoe, dank je wel’. En een kwartier later was hij opgehaald. Verder nooit iets gemerkt van overlast. En ik ben heel erg voorstander van het liefdevol opvangen van vluchtelingen uit onveilige gebieden.

Maar hoe de overheid en gemeentes het steeds maar weer nalaten -kennelijk ook bij vluchtelingen opvang- om de communicatie met burgers met zorg te doen, vind ik verwonderend. Die zorgzaamheid is zo simpel te realiseren en toch falen ze daar stelselmatig in. Hoe dan?

Dan lok je boosheid, wroeging en wantrouwen richting de overheid alleen maar meer uit. Persoonlijk kan ik mijn boosheid op de plek houden waar die hoort te zijn. Boos om de miscommunicatie rond de verslaafden-opvang: klachtenbrief naar de gemeente. Meer kan ik niet doen. Ik ben dan niet boos op de hele overheid en op alles dat die overheid/gemeente doet. Er gaat ook veel wel heel goed. Die nuances kan ik zien. En verder kan ik ook zien: ‘wij hebben het goed, we hebben een fijn leven met goede kansen’. Maar als je iemand bent die dat helemaal niet zo ervaart, snap ik wel dat zo iemand doorschiet in de boosheid, ontevredenheid en bitterheid. En dat kan volgens mij voorkomen worden als je praat met mensen. Luistert. Proberen te zoeken naar oplossingen en de drempel om aan de bel te trekken laag houden.
Dan nog vind ik de rellen en vernielingen zoals in Loosdrecht -net als zoveel mensen- wanstaltig en te goor voor woorden. Van die hufters kun je alleen maar hopen dat ze forse straffen opgelegd zullen krijgen. Dat de maatschappij tegen deze griezels beschermd wordt. Je zal ze maar in een donkere steeg tegenkomen. En veel argumenten tegen vluchtelingen, zijn uit bitterheid, frustratie en niet uit redelijk nadenken. Alleen: dat mensen zich niet gehoord voelen, is volgens mij een groter groeiend probleem en echt wel voor een deel te voorkomen. Maarja, teveel arrogantie en zelfingenomenheid bij beleidsmakers en ambtenaren, verhindert dat keer op keer. Jammer en kwalijk.

Ik hoop dat de daklozen in het Goffertpark tot rust komen, dat ze ons als omwonenden ook onze rust gunnen en dat ze in de twee jaar dat ze in het park wonen, geholpen kunnen worden richting het leven dat zij nodig hebben. En ik hoop vooral dat ze op het stadhuis alsnog hun stinkende best gaan doen om de gemaakte fouten in de communicatie, te verzachten in de verdere ontwikkelingen. Stelletje oenen daar bij de gemeente.

En nu hup, eten koken. We eten versgebakken visjes van de kraam en een rijkgevulde groentesalade. Lekker buiten eten op ons terras, vakantiegevoel.

Ik sluit af met een plaatje van gisteravond. Dan zitten we op de bank en ineens drijft er een ballon in ons uitzicht. Blijft leuk.

Fijn weekend, geniet van dit zomerse voorafje. 
Kiki